Voegwerk is het onderdeel van de gevel dat het eerst verweert, en het onderdeel waar bij herstel de meeste fouten worden gemaakt. De belangrijkste regel is eenvoudig: de voeg moet zwakker zijn dan de steen. De voeg is het offeronderdeel; die mag verweren en vervangen worden. De steen is dat niet.
Wat er misgaat bij een te harde voeg
Oude, handvorm- en veldbrandstenen zijn relatief zacht en poreus. Wordt daarin een moderne, cementrijke mortel aangebracht, dan ontstaat er een gevel waarin de voeg sterker en dichter is dan de steen. Twee gevolgen:
- Vocht zoekt een andere uitweg. Waar de voeg vroeger vocht opnam en liet uitdampen, gaat het vocht nu door de steen. Bij vorst vriest dat vocht in de buitenste laag van de steen; het gevolg is afschilfering, ook wel vorstschade of "afspatten" genoemd.
- Spanning komt op de steen te staan. Bij temperatuurwisselingen en kleine bewegingen kan een harde voeg niet meewerken. De scheur die vroeger netjes in de voeg zou lopen, loopt nu dwars door de stenen.
Die schade is niet meer te herstellen door opnieuw te voegen: beschadigde stenen moeten worden ingeboet.
Zo beoordeelt u de bestaande situatie
Voor herstelwerk kijken wij achtereenvolgens naar:
- Steensoort en hardheid. Handvorm, strengpers, veldbrand of gebakken machinaal — elk met een eigen sterkte en wateropname.
- Bestaande voegsoort en samenstelling. Kalkrijk of cementrijk, en met welke toeslag. Een kalkmortel in een monumentale gevel vraagt om herstel met kalkmortel.
- Voegvorm. Platvol, verdiept, terugliggend, geknipt of snijvoeg. De vorm bepaalt mede hoe water van de gevel afstroomt.
- Kleur en korrel. Kleurverschil valt op wanneer een vlak deels wordt aangepakt; daarom werken wij per gevelvlak of per bouwdeel, niet per losse meter.
- Uitslijpdiepte. Te ondiep uitslijpen geeft een voeg die loslaat; te diep of onzorgvuldig slijpen beschadigt de kanten van de steen. Beschadigde stenen door slordig slijpwerk zijn een veelvoorkomende oorzaak van vervolgschade.
De achterliggende oorzaak eerst
Voegwerk vervangen zonder de oorzaak aan te pakken, is geld weggooien. Loopt er vocht door de gevel, dan gaat het meestal om een van deze zaken:
- gecorrodeerde spouwankers, waardoor de buitenmuur zijn verbinding met het binnenblad verliest en gaat uitbuiken;
- ontbrekend of verkeerd geplaatst spouwlood boven kozijnen en onderin de spouw;
- puin en mortelresten op de spouwbodem waarmee vocht naar het binnenblad wordt geleid;
- verstopte of doorgeroeste dakgoten en hemelwaterafvoeren, waardoor de gevel structureel natter is dan bedoeld;
- ontbrekende of dichtgezette open stootvoegen, waardoor de spouw niet ventileert.
Een endoscopisch spouwonderzoek geeft hier meestal binnen een uur uitsluitsel.
Regels en achtergrond
Voor bestaande bouw geldt de zorgplicht uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dat sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 het Bouwbesluit 2012 vervangt. De uitleg daarvan staat op iplo.nl. Voor het objectief vastleggen van de onderhoudstoestand wordt in de praktijk gewerkt met conditiemeting volgens NEN 2767; de norm is te raadplegen via nen.nl.
Wat wij adviseren
Laat bij twijfel eerst een proefvlak maken van ongeveer één vierkante meter, met de beoogde mortel en voegvorm, en beoordeel dat na uitharding in droge en natte toestand. Kleur beoordeelt u nooit aan een nat proefvlak: mortel droogt lichter op dan hij nat lijkt.